Drente den 1 Julij 1847
Geliefde Moeder
en broeders en zusters en zwagers

Ik vind mij verpligt om u nogmaals enige letteren te schrijven en ook om te laten weten, als dat ik u brief van de 9 mei ontfangen hebben in een ruime maate van gezondheid met vrouw en kinderen, daar ik den Heere niet genoeg voor looven en danken kan, en ook heb ik gezien in den brief van den 9 mei dat uw alle fris en gezond waard.
Behalven mijn broer Jacobus en zijn vrouw en kinderen, daar ik mij over bedroefde als ik den brief leesden, dacht ik bij mijn zelven al weer mijn broer Jacobus die lijd ook smert op smert, maar nu geliefde broeder Jacobus wens ik ook eens een goede gezongheid te mogen houwen dat zou mij een groot plezier doen, ik denk dat het gaat u ook als mij met de armoede, maar denk eens aan Jop de Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, den naam des heeren zijn gedank,
maar broeders nu moet ik u laaten weten als dat ik bij het turf graven moet werken van 's morgens vroeg om een (h)uur tot 's avonds 6 (h)uur en mijn vrouw van 's morgens vier tot 's avonds 5 en dan nog met honger daar lant, dus kunt gij wel begrijpen dat wij alle wenste dat de Heeren van walcherenaan ( h)aare belofte voldeed, dat is te zeggen, dat zij ons maar terug halen in het najaar maar. Niet langer als den 15 October anders dan kunnen wij niet gemakkelijk van onze vrouwen en onze aarappels die wij nog in onze tuinen hebben want als wij die niet kunnen rooien, dan hebben wij van de winter weer niets te eeten an dan wier het nog slimmer.
Nu zal ik eens beginnen met de tijds omstandigheden broeders en zwagers, de werkzaamheden die zijn nog als van te voren, maar daar te van eeten, dat gaat hoe ..... slimmer ... een brood dat 26 cent gekost heeft, als wij hier gekoomen ben, dat kost hu 82 cent, en een pond meel 32 cent en een kop gort 23 cent en een kom paardeboonen 15 cent, en een pond ries 18 cent en de ..... ...... naar vernant, dus kunt gij wel begrijpen dat het hier niet ruim is, ............................ hier voor onze voeten voor steelen en moorden, dat gaat hier groot, in verscheidene plaatsen slaan zij malkanderen ....... want den honger die is zoo groot , dat zij de ........ aanranden, maar nu zullen we hoopen dat het op zijn hoogste geweest is, om reden dat de nieuwe graanen hast aan de zekel is en die staat daar goet voor en de
ik kan niet meer mijn oogen vallen digt van de slaap daarom schrijf ik zo slegt,
zwager uw heeft mij geschreven (ho)over die drie brieven van de Heeren van Walcheren maar die beide laatste die heb ik niet geschreven, maar wel geteekent maar tegen mijn zin, maar den derde daar kunnen zij gerust opgaan, daar heb ik zelf nog aan geschreven en uw schrijft mij dat den Heeren vasn Walcheren stilzwijgen bij ons willen komen maar laten zij maar in het (h)openbaar koomen en alles op zijn beenen zetten en of anders met den Heer Knibbes goet te regte maken, hoe of het met ons gaan moet, want alzo kan het niet langer meer gaan, want als ik dan moet blijven, dan zou ik gaaren weten hoe en op wat wijze dat weezen moet met ons huis en tuinen dat zou ik graag op zijn beenen hebben als ik dan toch blijven moet.
Ende weest verder van mij en mijn vrouw gegroet Lieve Heeren vasn Walcheren
die zig noemt
(getekend) Leendert Mse Brasser
Zwager Lourus weest zo goed en doet de groetenisse van alle mijn kameraads aan (h)aar (h)ouders en familie van J Toutenhoofd en zijn vrouw, M Westerbeke en zijn vrouw en J Bosselaar en zijn vrouw en alle de kinderen en zij zijn alle fris en gezond
zwager Lourus als gij nu schrijft schrijft het adres regt aan mij maar niet aan ............ niks, en als gij nu schrijft verzoekt dan dat de Heeren van Walcheren mijn brief frankeren, want ik heb de laatsten ook al betaald en dat kan ik niet meer doen,
weest verder van mijn en mijn vrouw en kinderen gegroet en wij zijn alle fris en gezond gegroet lieve moeder, broeders, zusters, zwagers oom en moeijen, neef en nigten, vrienden en welbekenden en ook K Minderhoud en zijn vrouw en kinderen,
die zig noemt
(getekent) Leendert Maartense Brasser
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Tweede brief:
Drente den 9 September 1847
Waarde Broeder en Zwagers


ik vind mij verpligt om nog eens de pen op te vatten en ook om te laaten weeten als dat ik uwe brief ven den 14 Augustus is ter (h)ant gestelt in een ruime maate van gezondheid en ook daar in gezien als dat uw alle nog in een ruime maate van gezondheid verkeerd daar wij de goden niet genoeg voor looven en danken kunnen, waarde moeder, broeder en zwagers en zusters.
Wij willen de raad van de Heeren van Walcheren wel volgen, dat is om hier in Drente te blijven woonen, wij zien nu de duurte van de levensmiddelen wat afnemen ook wel raad om hier de kost te winnen als de Administrateur A.Wolders maar in staat gesteld wordt onze vriend te kunnen blijven. Maar dan moeten de Heeren van Walcheren zoo spoedig als het maar mogelijk is aan Wolders betalen het voorschot aan ons gedaan in die buitengewoon drukkende tijd, welke wij hier beleefd hebben.
Wolders heeft ons vroeger al eens gezegd dat hij de Heeren van Walcheren had opgegeven hoeveel dat voorschot was, dat voorschot moet toch in allen gevallen betaald worden, wat zal er anders van ons worden en ik denk dat zij dit beter kunnen betalen dan ons terug (h)aalen,
wij verzoekenu dus andermaal om met deze brief naar de heeren te gaan en om ons dan te antwoorden hoe de heeren toch wel over ons denken, zoo kunnen wij hier niet blijven, ofschoon dat hier werk genoeg is, wel voor meer Zeeuwsche huisgezinnen, als ze het werk maar in de slag hadden zo goed als wij nu enz
weest zo goed en doet de groetenissen van alle mijn kameraads aan (h)aar ouders en familie en zij zijn alle fris en gezond wees verder gegroet Moeder, Broeder, Zwager en Zuster, Ooms en Moejen, Neef en Nichten vrienden en welbekende van mij en mijn vrouw en kinderen
einde voor dees maal en (h)oopen de uitslag van de zaak
die zig noemd
(getekend) Leendert Mse Brasser

Aan
Lourus B Timp
wonnende te Westkapelle
Provincie Zeeland
in het eiland
Walcheren
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Terug naar een ander Onderwerp